Hammer Series; experimenteel innoveren in het wielrennen

De afgelopen jaren heb ik geregeld gesproken over manieren om het wielrennen te vernieuwen, naar aanleiding van uitspraken van verschillende mensen binnen de wielerwereld. Zo gaapte Tom Dumoulin opzichtig bij een veel te lange etappe, om vervolgens voor te stellen om etappes korter te houden. Zo was er Tom Boonen, die klaagde over het WK wielrennen in Qatar, een uiting van het feit dat de spanning tussen commercie en topsport pijnlijk bloot werd gelegd. Ook schreef ik over de suggestie om te gaan wielrennen op een parcours.

Dat laatste is afgelopen weekend getest bij de Hammer Series, en niet met de minste renners. Zo stond kersvers winnaar van de Giro d’Italia Tom Dumoulin aan de start – het kan bijna geen verrassing meer zien, gezien de wijze hoe hij zich in de media uitlaat over innovaties in het wielrennen. Het is eveneens geen verrassing dat de Hammer Series zijn ontstaan vanuit het samenwerkingsverband Velon, dat bestaat uit tien ploegen uit het peloton, waar Team Sunweb ook onderdeel van is.

Wat is er anders?
Bij de Hammer Series vonden de wedstrijden plaats op rondes, zodat het publiek de wielrenners vaker kan zien, zijn de wedstrijden korter en van verschillende disciplines, en is het wielrennen verworden tot een échte teamsport. Voor toelichting op de regels en de wedstrijdopzet, zie het filmpje hieronder.

Verschillende toprenners waren vooraf al enthousiast, waaronder de eerder genoemde Tom Dumoulin, maar ook Steven Kruijswijk. Zie hun reacties hieronder.

Dumoulin uitte zich tegenover de NOS eerder al gematigd positief:

“Of de Hammer Series een verrijking is voor de wielersport? Dat zal blijken. Ik ben positief gestemd. Ik wil het een kans geven. Je ziet dat wielrennen meer en meer een ouwemannensport aan het worden is. De generatie die nu opkomt, wil het wel anders. Maar de charme van het wielrennen moet niet verloren gaan. (…) Ik snap het spelletje, ik ken de renners, ik ken de ploegen. Ik snap waarom de ploegen op een bepaalde manier handelen. Ik zie wat er gebeurt. Maar als je niets van wielrennen weet, is het echt dramatisch om te volgen.”

Het resultaat
De driedaagse Hammer Series werden het afgelopen weekend uitgezonden op de online kanalen van de NOS, inclusief commentaar. Dat bleek ook niet onnodig, omdat het koersverloop goed toegelicht moest worden. Door de hoeveelheid punten die op het parcours behaald konden worden leek het bijna een mix tussen de puntenkoers van het baanwielrennen en het traditionele wegwielrennen. Uiteindelijk won Team Sky de eerste editie van de Hammer Series, zij het op het nippertje. In de laatste vijf kilometers werd Sky eerst ingehaald en voorbijgestreefd door Sunweb, waarna Sky met een uiterste poging toch nog de leiding overnam en uiteindelijk in de sprint de driedaagse wist te winnen.

Servais Knaven was niet alleen content met de overwinning van zijn ploeg, maar ook met de innovatieve opzet van de Hammer Series:

“Vanaf het startschot is het volle bak gaan en kan er van alles gebeuren. Het is onvoorspelbaar en ik ben er zeker van dat de volgende editie weer een volledig anders koersverloop zal hebben. Ik vond het een zeer succesvolle editie.”

Tegenover Trouw gaf hij zelfs aan dat de koers een plek op de wielerkalender zou verdienen.

“Het is kort, het is snel, het is mooi om naar te kijken. Dat heeft het wielrennen nodig.”

Meer in het vat
De innovaties van Velon zullen zeker niet beperkt blijven tot de Hammer Series. Het samenwerkingsverband is erop gericht om het wielrennen in brede zin te innoveren. Dumoulin tegenover de NOS:

“Je moet de ideeën van Velon groter zien. Het is het vernieuwen van het wielrennen. Als je bijvoorbeeld fan bent van Bram Tankink, dan heb je geen idee waar hij zit als je het volgt op tv. Dat wil je op dat moment wel weten. Er wordt heel weinig informatie getoond. Dat is ook wel een van de speerpunten van Velon. Het moet gewoon slimmer. We leven in een tijd met een telefoon die alles kan. En dan zit ik wielrennen op tv te kijken en valt het af en toe toch een beetje tegen. Nogmaals, ik snap het wel, maar ik denk 95 procent van de kijkers niet.”

Ik zal niet de enige wielerfan zijn die herkent wat Dumoulin zegt. Veel mensen geven aan de wielersport saai te vinden en niet goed te begrijpen, terwijl er bijna geen sport tactischer en interessanter is dan het wielrennen. Het is een interessante uitdaging om te proberen dat ook over te gaan brengen naar het grote publiek, want een vergrijzend publiek zal de wielersport geen goed doen.

Wielrennen is bovendien bij uitstek een sport die veel te winnen heeft met slim gebruik van data en gegevens die onderweg verzameld worden. Sinds de jaren ’90 is de sport bovendien wetenschappelijk gezien erg vooruitstrevend. Het testen van een tijdrithouding in een windtunnel is daarvan een voorbeeld, maar het voortdurende gehamer op de wattages die door de renners getrapt worden eveneens. Uitdaging wordt om die data ook op toegankelijke wijze te ontsluiten naar het publiek en de sport op die manier aantrekkelijker te maken.

Voor al die uitdagingen zijn de Hammer Series echter een mooie eerste stap, en op de reacties uit de pers af te leiden ook een succesvol experiment. Ik ben dan ook benieuwd naar de volgende plannen van Velon om het wielrennen te vernieuwen!

Deze tekst verscheen ook op DeSportbestuurder.nl

De kracht van de Tienpuntenlijst

Noot: Deze tekst werd al geschreven voor de verkiezingen van mei 2013 en is na de uitslag van deze verkiezingen slechts op details aangepast.

Samenvatting: Terugkijkend op de keuzes die we hebben gemaakt bij de oprichting van asap ben ik ervan overtuigd dat de keuze voor een Tienpuntenlijst in plaats van een verkiezingsprogramma een van onze beste keuzes is geweest. De Tienpuntenlijst die asap hanteert is symbolisch voor het innovatieve, vernieuwende en communicatief sterke karakter van de partij, maar past bovendien in onze snel veranderende, moderne communicatiesamenleving, en roept bovenal geen onrealistische verwachtingen op.

Afgelopen week werd de uitslag van de studentenraadsverkiezingen op de Radboud Universiteit bekend. asap, mijn kindje, verdubbelde haar zeteltotaal van twee naar vier. Een geweldige prestatie van de campaigners, de nieuwe kandidaten en alle andere betrokkenen. Vox kwam al met drie verklaringen voor het succes van asap. Hoewel ik denk dat Vox hier een belangrijk succes van asap achterwege laat, namelijk het vermogen om enthousiaste en bevlogen betrokkenen te vinden en hiervan een sterk team te formeren (dat is na 2011 en 2012 overduidelijk in 2013 opnieuw gelukt), heeft dit artikel mij verder aan het denken gezet over de kracht van de Tienpuntenlijst. Ik denk namelijk dat dit het belangrijkste kenmerk van de partij is, en misschien de belangrijkste vernieuwing in de Nijmeegse medezeggenschap door de oprichting van asap – samen met de grotere aandacht voor communicatie. Tien punten waar je aan belooft te zullen werken verhoogt de transparantie, de controleerbaarheid en de communicatie, en daarmee de medezeggenschap als geheel.

Door veel te zeggen, zeg je niks
De Tienpuntenlijst creëert duidelijkheid voor iedereen. Het zorgt ervoor dat verantwoording kan worden afgelegd over de dingen die zijn ondernomen en in hoeverre die overeenkomen en opwegen tegen de beloftes die in de verkiezingen zijn gedaan. Andere partijen voeren campagne met een te uitgebreid verkiezingsprogramma. Hierin staan zo veel bepalingen opgenomen dat het onrealistisch is dat je al deze punten aandacht zal geven gedurende een jaar in de medezeggenschap.

(Ter illustratie heb ik geteld: de grootste partij in de medezeggenschap werkte in 2012 met een verkiezingsprogramma dat 69 punten omvatte – dit jaar zijn het er 62, maar zijn 30 punten toegevoegd waar de partij tegenstander van is. De andere partij deed het in 2012 al een stuk beter, met 18 punten verdeeld over drie pijlers.)

Met te veel speerpunten wek je onredelijke verwachtingen over de invloed van de medezeggenschap, met schadelijke gevolgen voor het imago van die medezeggenschap als gevolg. Je kunt een jaar later onmogelijk aantonen hoe je je verkiezingsbeloften heb ingewilligd. Dat zou electoraal gezien ook onverstandig zijn, omdat pijnlijk duidelijk wordt dat je slechts aan een fractie van deze beloftes aandacht hebt kunnen besteden. Daarnaast zeg je helemaal niks, noppes, nada over de zaken die je in een jaar medezeggenschap in ieder geval gaat doen: er is immers geen tijd om alles te doen.

Door veel te zeggen, zeg je helemaal niks.

Medezeggenschap in plaats van zeggenschap
Na mijn eigen medezeggenschapsjaar in de Universitaire Studentenraad ben ik tot de conclusie gekomen dat je als partij niet meer dan tien zaken zelf aandacht kunt geven naast de reguliere medezeggenschapstaken. Tien is zelfs aan de ambitieuze kant. Er zijn zoveel dagelijkse beslommeringen die aandacht behoeven en vaak onverwacht zijn, je hebt te maken met een College van Bestuur dat de meeste stukken instuurt en universitaire input wil en bovendien heb je in de Universitaire Studentenraad te maken met andere partijen en koepels, die eveneens een mening hebben. Met tien concrete punten aan de slag gaan vind ik gewaagd, maar asap heeft nu al twee jaar (2012, 2013) op rij laten zien dat het door hard te werken niet onmogelijk is om in tien punten energie te steken.

Lang niet alle punten zijn bereikt, maar dat is het verschil tussen zeggenschap en medezeggenschap: je blijft als studentenraadslid afhankelijk van hoe de universiteit jouw ideeën beoordeelt. Je zit niet zelf op de stoel van de rector. Als medezeggenschapspartij doe je dan ook geen beloftes voor zaken die je gaat bereiken, maar doe je beloftes voor de zaken waar je voor zult vechten. Jammer genoeg is de kiezer hiervan niet altijd voldoende op de hoogte.

Tien punten: te weinig?
Veelgehoorde kritiek op de Tienpuntenlijst is dat mensen tien standpunten onvoldoende vinden om hun vertrouwen aan je te schenken – ze hebben immers geen volledig overzicht op jouw visie. Daarom werkt asap sinds de zomer van 2011 ook met een beginselenprogramma. Hoewel deze beginselen maar enkele pagina’s zijn, geven zij een overzicht van de idealen waarop de keuzes van de partij worden gebaseerd.

Deze beginselen geven richting, waar een uitgebreid programma slechts vaagheid en onnodige verwachten schept. Immers, je kunt wel voor langere openingstijden van de Universiteitsbibliotheek zijn en tegelijkertijd voor het opnemen en online plaatsen van alle hoorcolleges, maar misschien is er niet genoeg geld om beide plannen te verwezenlijken. Welk plan je gaat kiezen wordt uit je programma niet duidelijk. Ik zeg niet dat het beginselenprogramma van asap hierin volledige duidelijkheid schept, maar zelfs een verkiezingsprogramma langer dan de bijbel zou dit probleem niet kunnen ondervangen. Dit is uiteraard een denkbeeldig en sterk versimpeld voorbeeld, maar het geeft aan dat de medezeggenschap genuanceerder in elkaar zit dan medezeggenschapsverkiezingen doen vermoeden. Een lang programma schept onredelijke verwachtingen. Het veinst precies te zijn.

Je zult als kiezer altijd vertrouwen moeten geven aan een partij of persoon die niet voor honderd procent jouw visie uitdraagt. Je geeft je stem aan degene waarmee jouw visie het meeste overeenkomt, of waarvan de aandachtspunten jou aanspreken. Je geeft je stem aan iemand in wie je vertrouwen hebt dat diegene jou op de door jou gewenste manier zal vertegenwoordigen. Een Tienpuntenlijst met achterliggende beginselen zijn in mijn ogen ruim voldoende, omdat die de visie en de speerpunten voldoende uiteenzetten. Blijkbaar is de kiezer het daarmee eens.

Dus?
Terugkijkend op de keuzes die we hebben gemaakt bij de oprichting van asap ben ik ervan overtuigd dat de keuze voor een Tienpuntenlijst in plaats van een verkiezingsprogramma een van onze beste keuzes is geweest. De Tienpuntenlijst die asap hanteert is symbolisch voor het innovatieve, vernieuwende en communicatief sterke karakter van de partij, maar past bovendien in onze snel veranderende, moderne communicatiesamenleving, en roept bovenal geen onrealistische verwachtingen op. Kort gezegd is een Tienpuntenlijst superieur aan een verkiezingsprogramma voor een medezeggenschapspartij, die jaarlijks geconfronteerd wordt met verkiezingen. Het is daarom bemoedigend dat de kiezers deze inventiviteit opnieuw met een groeiend aantal stemmen hebben beloond in de verkiezingen van 2013. De medezeggenschap verdient het; asap verdient het.

De toekomst van post

“Post is not going to stay in its current form forever. It will take on a new form and have a new core – either that or it will gradually die.”

Dinsdag heb ik aan de afdeling International van New Zealand Post, waar ik momenteel stage loop, de resultaten van mijn scriptieonderzoek gepresenteerd. Hierbij lag de nadruk op de verschillen in de borging van publieke belangen tussen Nieuw-Zeeland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, en de specifieke problemen waar de drie postmarkten, in mijn opinie, mee te maken hebben/krijgen. Daarnaast is er ook een gemene deler, namelijk: de dalende postvolumes en de daarmee samenhangende noodzaak om de dienstverlening te moderniseren. Alleen door te innoveren kunnen PostNL, New Zealand Post en Royal Mail ook een duurzame toekomst tegemoet gaan.

Over de manier waarop geïnnoveerd moet worden verschillen de meningen. Het afgelopen jaar heb ik het voorrecht gehad om met meer dan 25 personen te spreken over de postmarkt van zijn of haar land, en enkelen hebben interessante toekomstvisies hierop gepresenteerd.

– Is het beroep van postbode aan het uitsterven? Eén geïnterviewde vergeleek de postbode met de persoon die vroeger over straat liep om ‘s avonds de straatlantaarns aan te steken. Dat beroep bestaat uiteraard niet meer door de komst van elektriciteit; kan over afzienbare tijd door de komst van digitale communicatiemiddelen misschien hetzelfde worden gezegd over het beroep van postbode?

– Moet iedereen in de toekomst naar de supermarkt om daar brieven op te halen omdat bezorging aan huis te duur wordt?

– Zal post op relatief korte termijn niet meer apart door een postbode bezorgd worden, maar opgaan in telegram- en koeriersdiensten…

– …of wordt de post meegenomen door de pakketbezorger, aangezien de pakkettenmarkt wel sterk groeiende is?

– Hadden postbedrijven niet een internetprovider moeten kopen om op die manier de stromen van digitale en fysieke communicatie te kunnen integreren? Moeten ze dat alsnog doen, wellicht?

– In de verdere toekomst: wat betekent 3D-printen voor de toekomst van post- en pakketbezorging? Moeten postbedrijven hierin investeren om ontwikkelingen voor te zijn?

Het zijn belangrijke vragen in de toekomst van postbezorging. Hoewel postbedrijven het imago hebben van een geitenwollensokkenorganisatie, blijkt er zeer veel dynamiek en innovatie in de postmarkt te zitten. Weliswaar niet van nature, maar uit noodzaak: de traditionele core-business van postorganisaties wordt immers bedreigd.

Kleinere stappen naar de toekomst zijn al gezet. Denk aan het onbemande punt waar je 24/7 een pakket kunt ophalen (Nederland, Nieuw-Zeeland). Op deze manier kunnen de hoge kosten bij bezorgingen terwijl er niemand thuis is worden voorkomen; dit soort kleine innovaties vergroten dus niet alleen de service voor klanten, maar zorgen ook voor een grotere efficiëntie. Daarnaast proberen postbedrijven ook de smartphone-technologie in hun voordeel in te zetten.

In brede zin is de opdracht dus duidelijk: zet die stap in de toekomst. Zie technologie niet langer alleen als een bedreiging voor je traditionele business, maar probeer deze in je voordeel in te zetten. Er zijn immers ook kansen:

– E-commerce is booming. Via internet kunnen producten wereldwijd worden besteld en bezorgd – waardoor er voor postorganisaties grote kansen liggen.

– Markten worden steeds internationaler waardoor ook uitbreiding over de grens voor sommige postorganisaties kansen kan bieden. Austria Post is hiervan een uitstekend voorbeeld; de Oostenrijkers proberen een grotere positie op de Oost-Europese markt te veroveren.

Al deze ontwikkelingen maken mijn scriptie maatschappelijk gezien erg relevant, hoewel deze niet direct raken aan mijn onderzoek over publieke belangen. Wel zijn deze ontwikkelingen tekenend voor de veranderlijkheid van publieke belangen (1, 2): mensen zullen in de toekomst iets anders verwachten van post dan dat ze nu doen, en verwachten nu iets anders dan dat ze in het verleden hebben gedaan. Dat door technologische middelen deze veranderingen in een stroomversnelling zijn geraakt, maakt de postmarkt tot een competitieve, innovatieve en dynamische markt. Veel meer dan het geitenwollensokkenimago doet vermoeden.

(N.B.: niet iedereen is ervan overtuigd dat de traditionele poststroom, de brief, zal verdwijnen: “It’s like we still have radio, even after television and internet; it’s still there. And I think post will be the same. It’s always gonna be there.” Echter, zelfs de meest verstokte, conservatief denkende persoon, zal moeten toegeven dat innovatie belangrijk is voor het voortbestaan van de postmarkt.)