De uitdagingen voor de sportbestuurder om te “Gaan voor goud”

Het afgelopen anderhalf jaar is het rustig gebleven op DeSportbestuurder.nl. Niet omdat het onderwerp me niet bezig hield, of omdat ik niet met mensen gesproken heb. Integendeel. Het afgelopen anderhalf jaar heb ik besteed door meer dan twintig gesprekken te voeren met sportbestuurders van verschillende achtergronden. Sportbonden, sportclubs, het IOC; alle partijen heb ik aan het woord gelaten. Hoewel ik geen ervaringsdeskundige ben, heb ik daardoor best een compleet beeld kunnen krijgen van de uitdagingen van de moderne sportbestuurder.

Ook de sportwereld verandert in hoog tempo. Mensen zijn minder geneigd om zich te binden aan verenigingen, en zich uitgebreid als vrijwilliger voor deze verenigingen in te zetten. De meeste huishoudens zijn tweeverdieners met veel verplichtingen. Daarnaast neemt het ongebonden sporten in hoog tempo toe: sporten zonder lid te zijn van een vereniging. Het betekent grote uitdagingen voor zowel verenigingen als sportbonden. Hoe ga je immers om met een dalend ledental en een dalend aantal vrijwilligers, terwijl je ook graag de ongebonden sporters wil bedienen?

Ook organisatorisch heb je als bestuurder in de sportwereld je handen vol. Zowel op vrijwilligersbasis als professioneel moet je als bestuurder ervoor zorgen dat je je bestuurlijke taken uitvoert, terwijl je de managementtaken bij directeurs of bij commissies belegt. Hoe richt je hiervoor op een slimme manier je organisatie in? Niet alleen kleine verenigingen worstelen hiermee (en worden hiermee geholpen door de leergang ‘Besturen met een visie’), maar ook sportbonden. Zo hebben de KNVB en de KNSB hun juridische model aangepast om invulling te geven aan de dagelijkse praktijk, waarin een directeur grote bevoegdheden heeft en het bestuur veelal op vrijwilligersbasis functioneert.

Als gevolg van technologische ontwikkelingen en internationalisering verandert het karakter van de sport bovendien. Deze ontwikkelingen bieden de kans om te innoveren, mits je daar op een goede manier op inspringt. Aan de andere kant zijn er nog veel stappen te zetten. Er is werk aan de winkel om de emancipatie van vrouwelijke sportbestuurders op hoger niveau te krijgen, terwijl ook de aanpak van doping en corruptie moet worden voortgezet. Waar geld in het spel is, verandert immers de sport. Ook op Olympisch niveau. De Olympische Spelen proberen hun organisatiemodel aan te passen zodat de organisatie haalbaar is voor meer verschillende steden en landen. Of het ook haalbaar is om de Spelen in Nederland te organiseren?

Die vraag stelde ik aan de twintig sportbestuurders en met hen besprak ik ook alle andere uitdagingen. Lees alles daarover in mijn boek GAAN VOOR GOUD, dat begin 2019 zal verschijnen. Als sportbestuurder, of het nou professioneel of als vrijwilliger is, heb je je handen vol en dien je veel verschillende kwaliteiten te bezitten. De samenstelling van je bestuur moet op orde zijn. Maar als dat het geval is, dan heb je ook een prachtige job. Je werkt immers dag in, dag uit aan het product waar je hart ligt: jouw eigen sport. En bovendien geef je iets terug aan de samenleving, door te helpen om het land in beweging te houden.

En dat is natuurlijk hartstikke mooi.

Klik hier om op de hoogte te blijven van het boek “Gaan voor Goud”.

De Staat van Oranje

Oranje is er niet bij, dit WK. Dat hebben we allemaal gezien, niet alleen aan die reclame met Ruud Gullit van de Lidl of het ontbreken van oranje vlaggetjes in het straatbeeld, maar ook aan de documentairereeks van de NOS over ons Nederlands voetbalelftal. De afgelopen weken heb ik genoten van “De Staat van Oranje”, waarin de NOS poogt bloot te leggen waar het mis is gegaan in het Nederlandse voetbal. Waar wij in de decennia tot 2010 werden geroemd en als koploper op het gebied van talentontwikkeling zelfs gidsland in het voetbal waren, zijn we voorbij gestreefd door landen als Duitsland, België en zelfs IJsland. In de documentairereeks van vier afleveringen hebben we kunnen zien waar de ontwikkelingen in deze landen voorlopen, en waar wij dus in achter lopen.

Wat ontstaat? Een beeld van een conservatief voetballand, waar innovatie geen ruimte krijgt. In de serie worden landen als Frankrijk, Duitsland en België geroemd om hun beleid, terwijl ook de hypermoderne voetbalschool in Qatar wordt bezocht. Het gras is natuurlijk altijd groener aan de overkant. Toch zijn er zaken die we van deze landen kunnen leren. In Frankrijk worden alle talenten centraal opgeleid in voetbalscholen van de Franse voetbalbond. In Duitsland wordt sterk geïnnoveerd vanuit wetenschappelijke inzichten en de kennis van data om technische kwaliteiten van de spelers te vergroten. In België houdt men serieus rekening met het “geboortemaandeffect”. Hierdoor voorkomt België dat veel talent dat in de tweede helft van het jaar is geboren, verloren gaat.

En in IJsland? Daar heeft kunstgras het verschil gemaakt, simpelweg om de reden dat er dan meer maanden van het jaar gevoetbald kan worden. IJsland heet niet voor niets “IJs”land. Al probeert men daar te voorkomen dat de ijzeren mentaliteit van voetballen in de sneeuw verloren gaat door het trainen in indoor voetbalhallen.

De hoop is niet verloren. In de laatste aflevering is aandacht voor de opleiding van AZ, waarin veel dezelfde principes gehanteerd worden als in de aangehaalde voorbeelden. Een jonge, innovatieve voetbaltrainer komt aan het woord, die niet alleen zijn spelertjes op steen laat voetballen en voortdurend probeert uitdagende opdrachten uit te denken, maar ook de zelfstandigheid van jonge spelertjes bevordert. Het geeft de burger moed.

Terugkijken, die vierdelige serie. Al zijn de WK-wedstrijden zonder Nederland natuurlijk ook de moeite van het aanzien waard.

Hammer Series; experimenteel innoveren in het wielrennen

De afgelopen jaren heb ik geregeld gesproken over manieren om het wielrennen te vernieuwen, naar aanleiding van uitspraken van verschillende mensen binnen de wielerwereld. Zo gaapte Tom Dumoulin opzichtig bij een veel te lange etappe, om vervolgens voor te stellen om etappes korter te houden. Zo was er Tom Boonen, die klaagde over het WK wielrennen in Qatar, een uiting van het feit dat de spanning tussen commercie en topsport pijnlijk bloot werd gelegd. Ook schreef ik over de suggestie om te gaan wielrennen op een parcours.

Dat laatste is afgelopen weekend getest bij de Hammer Series, en niet met de minste renners. Zo stond kersvers winnaar van de Giro d’Italia Tom Dumoulin aan de start – het kan bijna geen verrassing meer zien, gezien de wijze hoe hij zich in de media uitlaat over innovaties in het wielrennen. Het is eveneens geen verrassing dat de Hammer Series zijn ontstaan vanuit het samenwerkingsverband Velon, dat bestaat uit tien ploegen uit het peloton, waar Team Sunweb ook onderdeel van is.

Wat is er anders?
Bij de Hammer Series vonden de wedstrijden plaats op rondes, zodat het publiek de wielrenners vaker kan zien, zijn de wedstrijden korter en van verschillende disciplines, en is het wielrennen verworden tot een échte teamsport. Voor toelichting op de regels en de wedstrijdopzet, zie het filmpje hieronder.

Verschillende toprenners waren vooraf al enthousiast, waaronder de eerder genoemde Tom Dumoulin, maar ook Steven Kruijswijk. Zie hun reacties hieronder.

Dumoulin uitte zich tegenover de NOS eerder al gematigd positief:

“Of de Hammer Series een verrijking is voor de wielersport? Dat zal blijken. Ik ben positief gestemd. Ik wil het een kans geven. Je ziet dat wielrennen meer en meer een ouwemannensport aan het worden is. De generatie die nu opkomt, wil het wel anders. Maar de charme van het wielrennen moet niet verloren gaan. (…) Ik snap het spelletje, ik ken de renners, ik ken de ploegen. Ik snap waarom de ploegen op een bepaalde manier handelen. Ik zie wat er gebeurt. Maar als je niets van wielrennen weet, is het echt dramatisch om te volgen.”

Het resultaat
De driedaagse Hammer Series werden het afgelopen weekend uitgezonden op de online kanalen van de NOS, inclusief commentaar. Dat bleek ook niet onnodig, omdat het koersverloop goed toegelicht moest worden. Door de hoeveelheid punten die op het parcours behaald konden worden leek het bijna een mix tussen de puntenkoers van het baanwielrennen en het traditionele wegwielrennen. Uiteindelijk won Team Sky de eerste editie van de Hammer Series, zij het op het nippertje. In de laatste vijf kilometers werd Sky eerst ingehaald en voorbijgestreefd door Sunweb, waarna Sky met een uiterste poging toch nog de leiding overnam en uiteindelijk in de sprint de driedaagse wist te winnen.

Servais Knaven was niet alleen content met de overwinning van zijn ploeg, maar ook met de innovatieve opzet van de Hammer Series:

“Vanaf het startschot is het volle bak gaan en kan er van alles gebeuren. Het is onvoorspelbaar en ik ben er zeker van dat de volgende editie weer een volledig anders koersverloop zal hebben. Ik vond het een zeer succesvolle editie.”

Tegenover Trouw gaf hij zelfs aan dat de koers een plek op de wielerkalender zou verdienen.

“Het is kort, het is snel, het is mooi om naar te kijken. Dat heeft het wielrennen nodig.”

Meer in het vat
De innovaties van Velon zullen zeker niet beperkt blijven tot de Hammer Series. Het samenwerkingsverband is erop gericht om het wielrennen in brede zin te innoveren. Dumoulin tegenover de NOS:

“Je moet de ideeën van Velon groter zien. Het is het vernieuwen van het wielrennen. Als je bijvoorbeeld fan bent van Bram Tankink, dan heb je geen idee waar hij zit als je het volgt op tv. Dat wil je op dat moment wel weten. Er wordt heel weinig informatie getoond. Dat is ook wel een van de speerpunten van Velon. Het moet gewoon slimmer. We leven in een tijd met een telefoon die alles kan. En dan zit ik wielrennen op tv te kijken en valt het af en toe toch een beetje tegen. Nogmaals, ik snap het wel, maar ik denk 95 procent van de kijkers niet.”

Ik zal niet de enige wielerfan zijn die herkent wat Dumoulin zegt. Veel mensen geven aan de wielersport saai te vinden en niet goed te begrijpen, terwijl er bijna geen sport tactischer en interessanter is dan het wielrennen. Het is een interessante uitdaging om te proberen dat ook over te gaan brengen naar het grote publiek, want een vergrijzend publiek zal de wielersport geen goed doen.

Wielrennen is bovendien bij uitstek een sport die veel te winnen heeft met slim gebruik van data en gegevens die onderweg verzameld worden. Sinds de jaren ’90 is de sport bovendien wetenschappelijk gezien erg vooruitstrevend. Het testen van een tijdrithouding in een windtunnel is daarvan een voorbeeld, maar het voortdurende gehamer op de wattages die door de renners getrapt worden eveneens. Uitdaging wordt om die data ook op toegankelijke wijze te ontsluiten naar het publiek en de sport op die manier aantrekkelijker te maken.

Voor al die uitdagingen zijn de Hammer Series echter een mooie eerste stap, en op de reacties uit de pers af te leiden ook een succesvol experiment. Ik ben dan ook benieuwd naar de volgende plannen van Velon om het wielrennen te vernieuwen!

Deze tekst verscheen ook op DeSportbestuurder.nl

Interview Mark Versteegen op DeSportbestuurder.nl

Voor DeSportbestuurder.nl interviewde ik vorig jaar Mark Versteegen, die als Directeur Sponsoring van KPN één van de initiatiefnemers is van het TeamKPN Sportfonds.

Als windsurfer haalde Mark Versteegen (47) de Olympische surfploeg. Naast zijn sportcarrière was hij toen al verantwoordelijk voor zijn eigen sponsorwerving. Dat deed hij zelfs voor meerdere leden van zijn ploeg. Via de Amsterdam Admirals en een periode als marketeer kwam Versteegen bij KPN terecht, waar hij nu Hoofd Sponsoring is. Hier is hij verantwoordelijk voor het sponsorcontract van KPN met de Koninklijke Nederlandse Schaatsbond (KNSB), het Rijksmuseum, en het ‘KPN Mooiste Contact Fonds’. Ook heeft hij het TeamKPN Sportfonds onder zijn hoede. Deze verantwoordelijkheden vormen de leidraad voor het gesprek, waarin het ook uitgebreid over de visie van Versteegen op sponsoring in de topsport gaat.

Klik hier voor het volledige interview met Mark Versteegen.

Interview Bert Kragtwijk op DeSportbestuurder.nl

Voor DeSportbestuurder.nl interviewde ik vorig jaar Bert Kragtwijk, die als voorzitter van de Stichting Nederlands Mannenteam het Nederlandse basketbalteam voor mannen uit het slop haalde.

Bert Kragtwijk is naast zijn baan als directeur Nederland van ING Real Estate ook oud-basketbalinternational en sinds vorig jaar voorzitter van de Stichting Nederlands Mannen Team (NMT). De Nederlandse Basketball Bond (NBB) stopte in 2012 met de financiële ondersteuning van het team nadat het NOC*NSF de subsidiekraan had stopgezet voor de Nederlandse basketballers. Door de financiële problemen dreigde een situatie waarin het mannenteam uit internationale competities gehaald moest worden. Dankzij de Federatie Eredivisie Basketball (FEB) pakte een groep oud-internationals met Kragtwijk als voorzitter de handschoen op, waardoor Oranje werd gered en het team zich uiteindelijk zelfs wist te plaatsen voor het EK basketbal.

Klik hier voor het gehele interview.