Eerste maanden projectmanagement

construction-hard-hat-plan-1512931-639x852Sinds augustus bekleed ik een nieuwe functie bij PostNL. Waar ik voorheen als Traffic Manager en Scanstraat Manager de operationele afdeling bezette, ben ik gestart als projectmanager – nog steeds bij Data Services. Hier mag ik werken aan een bijzonder interessant project, waarmee we kunnen realiseren dat PostNL Pakketten in de sortering van pakketjes met een buitenlandse bestemming grote efficiencywinst zal boeken. Een uitdagend traject, dat bol staat van de afhankelijkheden, tijdsdruk en belangen. En bovendien qua IT-structuur relatief ondoorzichtig voor mij. Heel leerzaam voor een beginnend projectmanager als ik.

Vooralsnog vind ik deze nieuwe carrièrestap erg interessant. Het geeft me de kans om verschillende belangen beter te zien en in te schatten, planmatig te werk te gaan, afspraken duidelijk te maken en mensen hieraan te houden en een mooi traject uiteindelijk te realiseren. Hoewel ik duidelijk nog in de leerfase zit, zie ik dat de vaardigheden die ik deze maanden op zal doen, bijzonder leerzaam zijn en bovendien kopieerbaar naar andere organisaties of organisatie-onderdelen.

Er is veel om te leren en het gaan spannende maanden worden, maar ik hoop in deze maanden belangrijke lessen over projectmanagement op te kunnen doen waar ik tijdens de rest van mijn loopbaan profijt van zal hebben.

Rayonmanager bij de Den Haag Marathon

20150922_211647-e1442950981378-832x280Aan het begin van de zomer ben ik het blog “De Sportbestuurder” begonnen waarin ik mijn passie voor sport hoop te combineren met de werkzaamheden waar ik momenteel dagelijks veel over leer. Door sportevenementen, -sponsoring en -bestuurders te volgen en mijn observaties te beschrijven hoop ik te leren over de eigenschappen die een goede sportbestuurder dient te hebben en bovendien veel te leren over de organisatie van sportevenementen. Om hierover meer te leren, besloot ik me als vrijwilliger aan te sluiten bij de Den Haag Marathon, waar ze nog vrijwilligers zochten.

Deze qua grootte relatief bescheiden marathon werd voor het derde jaar georganiseerd en voert van en naar het centrum van Den Haag, over het strand van Scheveningen en door de duinen en bossen ten noorden van Den Haag. Het parcours wordt vrijgehouden door verkeersregelaars, die worden aangestuurd door Rayonhoofden – ieder verantwoordelijk voor een deel van het parcours. Ik was één van de Rayonhoofden die een deel van de verkeersregelaars aanstuurde, in het centrum van Den Haag.

Uiteindelijk lukte het met bloed, zweet en (bijna) tranen en een half uur uitstel, ondanks een schrijnend tekort aan vrijwilligers, om het parcours vrijgegeven te krijgen voor het startschot. Gedurende de rest van de dag ben ik heel Den Haag doorgefietst om assistentie te verlenen bij de verkeersveiligheid van een groot deel van het parcours in het centrum. Deze dag groeide daarom uit tot een bijzonder leerzame ervaring op het gebied van evenementencoördinatie, crisismanagement en de organisatie van grote sportevenementen. Ik ben nog steeds aan het bijkomen van deze hectische zondag in september, maar als de deelnemers een geslaagd evenement hebben gehad en er niemand gevaar heeft gelopen, mag je uiteindelijk tevreden zijn met de organisatie van een dergelijk evenement. Wellicht volgend jaar weer?

Grieks in Griekenland

20150809_202239Afgelopen zomer bracht ik mijn vakantie door in Griekenland, in Thessaloniki en de eilanden Skopelos en Alonissos. Prachtige eilanden met een overweldigende natuur, waar het goed toeven was – niet in de laatste plaats wegens het geweldige Griekse eten. Hier kon ik echter ook mijn – beperkte – kennis van de Griekse taal in de praktijk brengen. In de maanden voor deze vakantie had ik het leren van de Griekse taal weer wat opgepakt, nadat ik al twee jaar geleden een poging had gewaagd om online enkele woorden Grieks te leren. Door tijdgebrek bereikte ik destijds helaas geen indrukwekkend niveau. Dit jaar pakte ik het leren van de Griekse taal met wat meer discipline op.

Waarom het Grieks? Ik weet het eigenlijk niet goed. Misschien omdat ik tijdens mijn gymnasiumopleiding al geconfronteerd werd met het Grieks. Misschien dat ik de passie waarmee de Grieken sport beleven aansprekend vind. Misschien omdat het toch een echte “vreemde” taal is, gezien het van ons westerse schrift afwijkende alfabet.

De uren die ik in het leren van het Grieks stak, bleken niet vergeefs. Doordat ik mijn uren wat gedisciplineerder ging inzetten voor deze vreemde taal, ging ik daadwerkelijk vooruit. Dit resultaat bemerkte ik direct na aankomst op het vliegveld van Thessaloniki. Met aanwijsborden op vliegvelden en in de stad weet je jezelf dan al een stuk meer wegwijs te maken, en simpele borden zoals namen van bushaltes kun je veel sneller herkennen.

Tijdens onze vakantie kwam het Griekse volk in eerste instantie relatief stug op ons over, zonder dat dit direct effect had op de gastvrijheid. De Griekse kennis van de Engelse taal blijft bovendien relatief beperkt, waardoor het lastiger is om een echte connectie te maken met “echte Grieken”. Het feit dat ik een paar woordjes Grieks sprak, hielp daardoor ontzettend. Het was heel grappig om te zien dat de Grieken direct opwarmden bij het gebruik van enkele Griekse woorden – zelfs al waren dit eenvoudige woorden van de basiskennis. Het hoogtepunt hiervan vond plaats toen we op Skopelos naar de haven werden gereden door de man des huizes van ons appartementencomplex. Deze meneer sprak geen woord Engels en hield dus maar zijn mond, terwijl wij naast hem in de auto zaten. Uiteindelijk besloot ik een gesprek aan te knopen met enkele basiszinnen – “Spreekt u Engels?”, waardoor er een waar gesprek ontstond. Ook op Alonissos keken de restauranteigenaren blij verrast wanneer ik enkele zinnen Grieks bleek te spreken. Dit maken ze immers niet iedere dag mee, aldus één van de obers. Het maakte mijn geïnvesteerde uren meteen nog waardevoller en gaf mij een boost om steeds meer te proberen in het Grieks.

Een klein beetje taalkennis kan in een land als Griekenland al enorm hulpvaardig zijn, zoveel is mij zeker duidelijk geworden. Bij het leren van een vreemde taal gaat er bovendien een wereld voor je open: je maakt kennis met afwijkende uitdrukkingen, nieuwe denkbeelden en hele nieuwe media. Mijn ervaringen in Griekenland vormen bovendien een motivatie om de taal toch een beetje te blijven bezigen en te oefenen, hoewel de Grote Discipline vooralsnog uitblijft. Wellicht dat ik deze weer terugvind bij een nieuwe vakantie naar Griekenland?

Van Marathon naar Athene

Deze column verscheen eerder op de website Jonge Historici Schrijven Geschiedenis

Voor sportliefhebbers en hardlopers is het een bijna mythische afstand: 42 kilometer, 195 meter. De marathon. Voor veel andere mensen klinken die cijfers misschien random in de oren, ze weten in ieder geval wel dat een marathon lang en ver hardlopen is. Heel lang en ver. Ik waagde mij eraan in november 2013. De klassieke afstand en dan ook nog op een klassieke locatie: in Griekenland, van Marathon naar de hoofdstad Athene, met finish in het Olympisch stadion. Afzien, dat was het.

De marathon vindt zijn oorsprong in de klassieke oudheid. Het verhaal gaat dat de Griek Pheidippides in 490 voor Christus de overwinning van Griekenland op Perzië tijdens de Slag bij Marathon kwam verkondigen in Athene met de woorden “nenikamen“, wat zoiets betekent als “Wij hebben gewonnen” (zij het dat de precieze bewoordingen onderwerp van discussie vormen). Hiervoor rende Pheidippides het hele stuk van Marathon naar Athene. Na het uitroepen van de woorden raakte hij bewusteloos en stierf hij ter plekke aan de zonnesteek die hij had opgelopen. Een mooi verhaal. Of het daadwerkelijk heeft plaatsgevonden zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Aan het einde van de negentiende eeuw zocht het organiserend comité van de eerste moderne Olympische Spelen verschillende disciplines die het menselijk lichaam op de proef moesten stellen en die bovendien moesten herinneren aan de klassieke oudheid. Hiertoe werd bij de Spelen van Athene in 1896 de marathonloop geïntroduceerd. De officiële marathonafstand is echter pas bepaald bij de Spelen in Londen in 1908. Het Britse koningshuis wenste graag dat de finish voor het Windsor Castle kwam te liggen, waardoor de afstand van 25 naar 26 mijl werd verhoogd. Dit bracht de marathon op 42 kilometer en 195 meter, een afstand die in 1920 de standaard werd.

Op 10 november 2013 stond ik ook aan de start voor 42 kilometer en 195 meter. Het parcours van de Athens Classic Marathon, tegenwoordig de zelfbenoemde Authentic, voert vanaf het plaatsje Marathon, langs de grafheuvel waar strijders uit de Slag bij Marathon begraven zouden liggen, over grote, brede wegen naar Athene. De finish is in het Olympisch Stadion, waar de laatste 200 meter dienen te worden afgelegd. Op het oog een eenvoudige klus, maar geloof mij, die meters komen harder binnen dan de eerste paar honderd meters als je al ruim vier uur onderweg bent. Snakken naar het einde in het witmarmeren stadion in de Griekse hoofdstad.

Het finishen van een marathon is een populair item voor een bucket list. Het aantal finishers is aan inflatie onderhevig. Voor de gemiddelde sterveling is finishen dan ook het belangrijkste doel, eventueel gevolgd door het slechten van een bepaalde tijdgrens. Het maakt hardlopen leuk. Iedereen loopt zijn eigen wedstrijd en heeft achteraf zijn eigen verhalen en belevenissen. Van de finisher tot de nummer laatst, iedereen heeft wat meegemaakt in zijn of haar uren op de weg. Na de finishlijn van een marathon zijn er dan ook talloze prachtige verhalen die overblijven. Een finishlijn, die door de Noord-Afrikaanse toplopers van tegenwoordig na iets meer dan twee uur wordt bereikt.

In Athene kom ik daar in november 2013 bij lange na niet aan. Door de hitte en het heuvelachtige parcours krijg ik een klap, net als mijn finishtijd. Met drie kwartier verval in de tweede helft van het parcours ben ik al lang blij dat ik niet als Pheidippides over de streep kom en gewoon nog op mijn benen kan staan. Twee uur achter de winnaar, maar ook duizenden andere recreanten achter mij latend. Vastbesloten nooit meer te zullen starten op een marathon.

In mei dit jaar sta ik aan de start van de marathon van Kopenhagen. De combinatie van uithoudingsvermogen, doorzettingsvermogen, het epische historische verhaal en eerzucht heeft mij weer overgehaald. De marathon blijft trekken, en ik heb nog een wedstrijd van mijzelf te winnen: onder de vier uur, dat moet gaan lukken.

Nu maar hopen dat die laatste 195 meter mij niet te veel tijd gaan kosten.

Nevenactiviteiten tijdens je studententijd

Als bijna-afgestudeerde ontkom je er niet aan om je LinkedIn-profiel bij te werken en up-to-date te houden. Deze week stuitte ik op LinkedIn dan ook op een website waarop verschillende speeches voor afgestudeerden werden gepubliceerd – het is Graduation-time in de Verenigde Staten! Ook voor mensen die binnenkort afstuderen, net zijn afgestudeerd en zelfs voor studenten die nog vroeger in hun studententijd zitten, waren dit echte leestips.

Wat alle artikelen gemeen hadden was het volgende: iedereen adviseerde de afgestudeerden om de tijd te nemen na te denken wat je wilt, wat je kwaliteiten zijn en om die kwaliteiten verder te ontwikkelen. Je diploma is geen entreebewijs voor een baan. Sterker nog: in enkele artikelen die ik heb gelezen, werd aanbevolen om (met de enorm hoge studiekosten in de Verenigde Staten in het achterhoofd) niet te gaan studeren, maar om een eigen bedrijf te beginnen. Na drie jaar ondernemen ben je beter voorbereid op een baan dan na een studie, zo luidde de boodschap. In Nederland zou ik niet zo ver willen gaan. Studeren is (nu nog) relatief betaalbaar en juist tijdens de studententijd krijgt iedereen de kans om zijn kwaliteiten te ontdekken en te ontwikkelen. Dankzij het Erasmusprogramma is studeren in het buitenland relatief gemakkelijk gemaakt. Er zijn talloze studentenorganisaties waarbinnen commissie- danwel bestuurswerk kan worden verricht en steeds meer opleidingen maken ruimte in het curriculum voor keuzevakken of juist voor stages (of die dan in Nederland of in het buitenland worden gedaan).

asap_posterEchter, ook in Nederland fungeert een universitair (master)diploma niet langer als toegangsbewijs voor een baan. Als ik in mijn omgeving rondkijk zie ik verschillende personen die na een (qua studiesucces) succesvolle studententijd aangevuld met enkele nevenactiviteiten, slechts met pijn en moeite een baan vinden. Het wordt dus steeds belangrijker om je tijdens je studententijd te ontwikkelen om op die manier beter voorbereid te zijn op je eerste baan – en bovendien om op te vallen in de massa, en je unieke kwaliteiten en ervaringen treffend onder woorden te kunnen brengen.

Laten we immers wel wezen, als jij als organisatie de keuze had tussen een student die vier jaren thuis had gewoond en een student die op kamers woonde, in verschillende commissies werkzaamheden had verricht, een jaar bestuur had gedaan en een periode in het buitenland was geweest? De vraag stellen is hem beantwoorden. Als zesdejaars student heb ik vele verschillende studenten leren kennen. Ook ik ken de studenten die niets naast hun studie hebben gedaan, nergens interesse in toonden en thuis bleven wonen. Als ik de keuze had tussen een iemand van hen (met theoretische kennis als gevolg van een masterdiploma – er vanuit gaande dat ze niet andere waardevolle levenservaring in wat voor vorm dan ook hadden opgedaan, uiteraard) en iemand die niet had gestudeerd maar drie jaar lang zijn eigen bedrijf had gerund, dan zou ik het wel weten. Ik zou voor het tweede type kandidaat opteren.

Na mijn terugkeer uit Nieuw-Zeeland, begin juli, zal ik als ik mijn scriptie heb afgerond de arbeidsmarkt betreden. Het nadenken over hoe mijn studententijd ingevuld had moeten zijn doe ik echter nu pas. In feite is dat te laat. Gelukkig kan ik zeggen dat ik nergens spijt van heb en bovendien voldoende heb ondernomen om mijn professionele kwaliteiten te ontwikkelen met een studieperiode in het buitenland, een stageperiode in het buitenland, een uitgebreide scriptie, een medezeggenschapsjaar, twee redactiejaren, een lijsttrekkerschap en de oprichting van asap (en alle losse, kleinere projecten die hierbij kwamen kijken). Ook al dacht ik tijdens deze activiteiten niet zo over de waarde ervan na – ik deed wat ik leuk vond. Terugkijkend kan ik zeggen dat ik het iedereen aanraad om dit soort activiteiten naast je studie te doen. Niet om je cv te pimpen, dat heeft waarschijnlijk een averechts effect voor alle betrokkenen, maar omdat je het leuk vindt en omdat je jezelf wil ontwikkelen! Je doet er veel contacten mee op, bent altijd bezig met interessante zaken, leert omgaan met verantwoordelijkheid en houdt er uiteindelijk en bovenal een geweldige studententijd aan over.

Inmiddels ben ik erachter dat dat ik in mijn eerste baan mezelf verder wil ontwikkelen. Stilstand is immers achteruitgang. Alles wat ik in mijn studententijd heb gedaan, geeft mij bovendien het vertrouwen dat ik met succes de arbeidsmarkt kan betreden (ook al heb ik gestudeerd, wat door enkele Amerikaanse auteurs werd afgeraden). Ik zeg niet snel een baan te vinden, maar ik hoop van wel. Een beetje (zelf)vertrouwen kan immers geen kwaad, toch?

Desnoods vind ik wel iets anders nuttigs om me in de tussenliggende periode mee bezig te houden. Er staat nog een marathon op mijn programma, halverwege november…