Publicatie in Mail & Express Review

Cover MERHet is een paar maanden geleden dat ik mocht afstuderen met mijn scriptie over de borging van publieke belangen in de postsectoren van Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Nieuw-Zeeland: “Een stap in de toekomst met een been in het verleden”. Vakblad Mail&Express Review bleek interesse te hebben om een artikel te publiceren naar aanleiding van de bevindingen in mijn onderzoek. Dat deed het in de maarteditie van 2014. Lees het hieronder!

Klik hier voor het artikel in pdf.

De toekomst van post

“Post is not going to stay in its current form forever. It will take on a new form and have a new core – either that or it will gradually die.”

Dinsdag heb ik aan de afdeling International van New Zealand Post, waar ik momenteel stage loop, de resultaten van mijn scriptieonderzoek gepresenteerd. Hierbij lag de nadruk op de verschillen in de borging van publieke belangen tussen Nieuw-Zeeland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk, en de specifieke problemen waar de drie postmarkten, in mijn opinie, mee te maken hebben/krijgen. Daarnaast is er ook een gemene deler, namelijk: de dalende postvolumes en de daarmee samenhangende noodzaak om de dienstverlening te moderniseren. Alleen door te innoveren kunnen PostNL, New Zealand Post en Royal Mail ook een duurzame toekomst tegemoet gaan.

Over de manier waarop geïnnoveerd moet worden verschillen de meningen. Het afgelopen jaar heb ik het voorrecht gehad om met meer dan 25 personen te spreken over de postmarkt van zijn of haar land, en enkelen hebben interessante toekomstvisies hierop gepresenteerd.

– Is het beroep van postbode aan het uitsterven? Eén geïnterviewde vergeleek de postbode met de persoon die vroeger over straat liep om ‘s avonds de straatlantaarns aan te steken. Dat beroep bestaat uiteraard niet meer door de komst van elektriciteit; kan over afzienbare tijd door de komst van digitale communicatiemiddelen misschien hetzelfde worden gezegd over het beroep van postbode?

– Moet iedereen in de toekomst naar de supermarkt om daar brieven op te halen omdat bezorging aan huis te duur wordt?

– Zal post op relatief korte termijn niet meer apart door een postbode bezorgd worden, maar opgaan in telegram- en koeriersdiensten…

– …of wordt de post meegenomen door de pakketbezorger, aangezien de pakkettenmarkt wel sterk groeiende is?

– Hadden postbedrijven niet een internetprovider moeten kopen om op die manier de stromen van digitale en fysieke communicatie te kunnen integreren? Moeten ze dat alsnog doen, wellicht?

– In de verdere toekomst: wat betekent 3D-printen voor de toekomst van post- en pakketbezorging? Moeten postbedrijven hierin investeren om ontwikkelingen voor te zijn?

Het zijn belangrijke vragen in de toekomst van postbezorging. Hoewel postbedrijven het imago hebben van een geitenwollensokkenorganisatie, blijkt er zeer veel dynamiek en innovatie in de postmarkt te zitten. Weliswaar niet van nature, maar uit noodzaak: de traditionele core-business van postorganisaties wordt immers bedreigd.

Kleinere stappen naar de toekomst zijn al gezet. Denk aan het onbemande punt waar je 24/7 een pakket kunt ophalen (Nederland, Nieuw-Zeeland). Op deze manier kunnen de hoge kosten bij bezorgingen terwijl er niemand thuis is worden voorkomen; dit soort kleine innovaties vergroten dus niet alleen de service voor klanten, maar zorgen ook voor een grotere efficiëntie. Daarnaast proberen postbedrijven ook de smartphone-technologie in hun voordeel in te zetten.

In brede zin is de opdracht dus duidelijk: zet die stap in de toekomst. Zie technologie niet langer alleen als een bedreiging voor je traditionele business, maar probeer deze in je voordeel in te zetten. Er zijn immers ook kansen:

– E-commerce is booming. Via internet kunnen producten wereldwijd worden besteld en bezorgd – waardoor er voor postorganisaties grote kansen liggen.

– Markten worden steeds internationaler waardoor ook uitbreiding over de grens voor sommige postorganisaties kansen kan bieden. Austria Post is hiervan een uitstekend voorbeeld; de Oostenrijkers proberen een grotere positie op de Oost-Europese markt te veroveren.

Al deze ontwikkelingen maken mijn scriptie maatschappelijk gezien erg relevant, hoewel deze niet direct raken aan mijn onderzoek over publieke belangen. Wel zijn deze ontwikkelingen tekenend voor de veranderlijkheid van publieke belangen (1, 2): mensen zullen in de toekomst iets anders verwachten van post dan dat ze nu doen, en verwachten nu iets anders dan dat ze in het verleden hebben gedaan. Dat door technologische middelen deze veranderingen in een stroomversnelling zijn geraakt, maakt de postmarkt tot een competitieve, innovatieve en dynamische markt. Veel meer dan het geitenwollensokkenimago doet vermoeden.

(N.B.: niet iedereen is ervan overtuigd dat de traditionele poststroom, de brief, zal verdwijnen: “It’s like we still have radio, even after television and internet; it’s still there. And I think post will be the same. It’s always gonna be there.” Echter, zelfs de meest verstokte, conservatief denkende persoon, zal moeten toegeven dat innovatie belangrijk is voor het voortbestaan van de postmarkt.)

Betaalbaarheid van de postdienstverlening

ofcom-logo-2010-370x229In eerdere blogposts schreef ik al over de betaalbaarheid van de universele dienstverlening als geheel en over de verhoging van de postzegelprijs (hier en hier). Deze posts gaan over de situatie op de Nederlandse postmarkt, die op verschillende punten vergelijkbaar is met die van het Verenigd Koninkrijk. Het framework van de bestaande wetgeving is immers in beide landen ingesteld door de Europese Unie en de volumes dalen in beide landen hard.

In deze blogpost schenk ik aandacht aan een onderzoek van Ofcom naar prijsverhogingen in het Verenigd Koninkrijk, met daaraan gerelateerd het bredere vraagstuk over betaalbaarheid van de dienstverlening in het algemeen. Komt betaalbaarheid van de postdienst door recente prijsverhogingen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook in Nederland, in het geding?

Deregulering First Class Mail
In het Verenigd Koninkrijk is door regulator Ofcom vorig jaar een hervorming van het prijsstelsel doorgevoerd, waardoor Royal Mail sindsdien voor vrijwel alle diensten die zij aanbiedt zelf de prijzen mag vaststellen. Echter, dit geldt bij wijze van uitzondering niet voor ‘Second Class Mail’: deze tragere vorm van dienstverlening wordt gezien als de minimale dienstverlening en wordt door Ofcom daarom beschermd door middel van een prijsplafond van 55 pence per postzegel. De prijsbepaling voor First Class Mail is wel vrijgegeven, waardoor Royal Mail de prijs hiervan vorig jaar met maar liefst dertig procent verhoogde. Dit leidde vervolgens weer tot een onderzoek van Ofcom naar de betaalbaarheid van First Class Mail, waarvan de resultaten onlangs zijn gepresenteerd.

Betaalbaarheid?
Het onderzoek naar de prijsverhoging van First Class Mail is interessant in het kader van de borging van betaalbaarheid van de postdienst. Betaalbaarheid is immers een publiek belang dat door middel van de Europese Postrichtlijn (Richtlijn 97/67/EG) is beschermd. “De lidstaten zorgen ervoor dat de gebruikers het recht genieten op een universele dienst welke inhoudt dat op alle punten van het grondgebied permanent postdiensten van een bepaalde kwaliteit worden aangeboden tegen prijzen die voor alle gebruikers betaalbaar zijn.” (Artikel 3, Lid 1) En: “De prijzen moeten betaalbaar zijn en moeten het mogelijk maken diensten te leveren die voor alle gebruikers toegankelijk zijn.” (Artikel 12)

Deze artikelen zijn echter uitsluitend van toepassing op de universele dienst, wat in het Verenigd Koninkrijk dus de Second Class Mail is. Betaalbaarheid van deze dienst is geborgd door het prijsplafond van 55 pence per postzegel. Toch heeft Ofcom de prijsverhoging van de First Class Mail onderzocht, terwijl betaalbaarheid van de universele dienst geen issue was. Conclusie hiervan: de nieuwe tarieven voor First Class Mail zijn ook betaalbaar, zowel voor burgers als voor bedrijven. Alleen burgers of bedrijven die in een combinatie verkeren van een zeer laag inkomen met de noodzaak van verzenden van heel veel post, zouden de postdienst onbetaalbaar kunnen vinden. Veelzeggend: de gemiddelde consument besteedt volgens het onderzoek 1 pond 70 pence per week aan de postdienst, terwijl een bedrijf 18 pond per week besteedt. Wanneer deze bedragen worden vergeleken met het gemiddelde inkomen en daarnaast met uitgaven aan andere diensten als telefoonabonnementen, televisieaansluiting of internetaansluiting, dan vallen de uitgaven voor postdiensten in het niet. Betaalbaarheid op zich is dus geen probleem.

IJsjes
Deze conclusie is onveranderlijk toepasbaar op andere postmarkten. Copenhagen Economics, een onderzoeksbureau dat zich geregeld bezighoudt met onderzoeken naar de postmarkt, kon de lage jaarlijkse kosten aan postzendingen nog het meest treffend in beeld brengen in een Powerpointpresentatie bij een postoverleg in Brussel, dat door mij werd bezocht. Gemiddeld besteden huishoudens in Europa jaarlijks 35 euro aan het verzenden van post, waar zij jaarlijks 65 euro kwijt zijn aan het kopen van ijsjes. In Nederland wordt jaarlijks per huishouden zelfs maar 25 euro aan postdiensten besteed. Opvallend lage uitgaven aan het verzenden van post vergeleken met uitgaven aan basale, andere uitgaven dus – zoals de jaarlijkse uitgaven per huishouden aan ijs.

Willen versus kunnen
Zorgt een verhoging van de postzegelprijs met zes eurocent, ook al is die dan een half jaar geleden al met vier cent verhoogd, dan voor problemen omtrent de betaalbaarheid van de postdienst? Wanneer je de vergelijking van jaarlijkse uitgaven per huishouden aan post en ijs hebt gezien, is het bijna een retorische vraag. Toch is betaalbaarheid bij iedere prijsverhoging van postzegels een issue. Een semantische discussie over de betekenis van ‘betaalbaarheid’ ligt hieraan ten grondslag.

Twijfels over de wenselijkheid of over de mate waarin de prijs nog beantwoordt aan de vraag van de consument zijn iets anders dan twijfels over de betaalbaarheid van de dienstverlening. Ervoor willen betalen is iets anders dan ervoor kunnen betalen. Betaalbaarheid op zich, wat ik persoonlijk zou willen definieren als kunnen betalen, is geen issue in de postdienstverlening (gezien de cijfers), uitzonderingen daargelaten. Willen betalen is eerder een probleem.

Los van de Europese vereisten die aan betaalbaarheid worden gesteld, is het dus maar de vraag of verhoging van de postzegelprijs verstandig is: dit werkt dalende postvolumes immers alleen maar in de hand. Dat is een vraagstuk waar de meest geleerde economen, die alle cijfers beschikbaar hebben, zich nog op stuk zouden kunnen bijten. Over betaalbaarheid op zich zullen deze economen het echter snel eens zijn.

Gouden Britten op de Olympische Spelen in postzegelvorm

Bradley WigginsMurray








Postbeleid is interessant, dat blijkt wel uit de voorgaande blogposts die ik hier heb geschreven. Het is echter ook vermakelijk om over postzegels te praten. Op postzegels worden veelal momenten van nationale trots, bouwwerken van nationaal belang en personen van nationale faam afgebeeld. Je zou misschien kunnen stellen dat postzegels een afspiegeling vormen van een land.

Tijdens het online onderzoek voor mijn scriptie stuitte ik op bijzondere postzegels, zoals de postzegelreeks van Britse gouden medaillewinnaars op de Olympische Spelen van 2012 in Londen. Het Britse postbedrijf Royal Mail had toegezegd dat de postzegels verkocht zouden worden binnen 24 uur nadat de gouden plak was binnengehaald. In het weekend waarin de Britten gouden plak op gouden plak stapelden, betekende dit overuren voor Royal Mail. Meer dan 100 mensen werkten tegelijkertijd aan het maken van deze postzegels, die op zes locaties in het Verenigd Koninkrijk werden gedrukt. Het resultaat mag er echter zijn. De postzegels van gouden medaillewinnaars zijn op de website van de BBC allemaal tentoongesteld.
Mo Farah

Nederland en Nieuw-Zeeland
In Nederland zijn de gouden medaillewinnaars niet in hoog tempo geeerd met nieuwe postzegels. Wel maakte PostNL bijzondere zegels in het kader van het honderdjarige bestaan van NOC*NSF, de nationale sportkoepel. Legendarische sportmomenten uit deze eeuw zijn op postzegels vastgelegd, zoals de gouden race van Ellen van Langen, de gouden plak van Pieter van den Hoogenband, de gouden plak van Nicolien Sauerbreij en de gouden judoka Anton Geesink. Zie het postzegelvel hier. Voor zover ik online kon vinden heeft Nieuw-Zeeland geen speciale zegels gedrukt ter ere van de Olympiade in Londen. Jammer, maar helaas.

De geschiedenis van Royal Mail

Het Verenigd Koninkrijk is een land van tradities, iets waar ik vrij snel op stuitte toen ik begon om de postsector van dat land in het kader van mijn scriptie te onderzoeken. De geschiedenis van PostNL gaat terug naar het begin van de negentiende eeuw, toen de Franse bezetter een staatspostbedrijf oprichtte. Die infrastructuur was in het Verenigd Koninkrijk al halverwege de zeventiende eeuw gelegd.

Royal Mail, het Britse postbedrijf, is dus trots op zijn verleden. En de Britten moeten ook wel trots zijn op het postbedrijf, al kent dat bedrijf de nodige problemen in de vormen van veel stakingen, een langslepende kwestie rondom het tekort in het pensioenfonds en last but not least grote achterstand op het gebied van modernisering en automatisering ten opzichte van andere Europese postbedrijven.

De geschiedenis van Royal Mail is – als knappe poging om gevoelens van nationale trots te kweken – in een interactieve tijdlijn online vastgelegd. Typisch Brits.

Travel through time with Royal Mail. Our company holds a unique and important place in history with a rich heritage tracing back to the days of Henry VIII.’

Twee opties worden geboden om van de interactieve reis door de tijd te genieten: standaard (voor mensen met trage internetverbindingen) en de uitgebreide ‘experience’ (voor diegenen met snel internet). Ironisch, want deze keuze schetst de digitalisering van de samenleving in optima forma. Voor de postbezorging een tragische ontwikkeling, die het Britse postbedrijf hard raakt. Misschien wel harder dan PostNL, omdat Royal Mail door voornoemde oorzaken de teruglopende postvolumes veel moeilijker kan opvangen.

Een blik op de interactieve tijdlijn van de geschiedenis van Royal Mail is echter een aanrader. Voor zowel de liefhebbers van post, kenners van de publieke dienstverlening als ook historici onder ons.